animatie

Sjoerd' s homepage
Sjoerd' s homepage

SJOERNALISTIEK
================

Columns

Afgedropen
Legbatterij
Clean desk: de doodsteek voor een scheppende geest
Oh, dennenboom
De waarheid is ook niet alles
Een vijf als hoogst bereikbare
Waarom ik niet bij Justie zal werken
Grondbezitter
De charge van de lichte brigade

Afgedropen
Zoals het tussen staten onderling als ongepast geldt zich met andermans binnenlandse problemen te bemoeien, voel ik mij niet geroepen mij over andermans relatie uit te spreken. Dat neemt niet weg dat er uitzonderingen zijn: Het gerommel van staatssecretaris Jack de Vries met een ondergeschikte is zo'n uitzondering. Het kan natuurlijk gebeuren dat je opeens zomaar op straat tegen de ware liefde oploopt, ter plekke je verstand verliest en met je nieuwe lief spoorslag afreist naar het zuiden om druiven te plukken. Dat komt voor, het is niet leuk voor de partner en de kinderen, maar de natuur is soms te sterk.

Bij deze bewindsman ligt dat wat anders: Je bent ver van huis en je wilt wel eens wat en dan is er een willige adjudant die toch al veel voor je doet, dus waarom dit niet. En zo rommel je vrolijk een half jaar of zo door, onder het oog van het militaire wereldje waaraan je geacht wordt leiding te geven. Kort samengevat, een klassiek voorbeeld van vreemdgaan.

Dat moet je niet doen wanneer je jezelf hebt opgeworpen als propagandist van de partij die zich hard zegt te maken voor het gezin als hoeksteen van de samenleving en die voortdurend de mond vol heeft van normen en waarden. Dat onze Jack, ook wel bekend als het lek, niet veel op heeft met normen en waarden heeft hij in het verleden wel bewezen als spindoctor voor Jan Peter Balkenende. Geen trucje was laag genoeg voor dit juweel van de christendemocratie om een tegenstander onderuit te schoffelen of te beschadigen. Vergeleken bij meneer De Vries was Joseph Göbels een onschuldig koorknaapje.

Dat wringt: aan de ene kant meneer Balkenende als buikspreekpop laten orakelen over normen en waarde en aan de andere kant het bed in duiken met je assistente onder het motto: bij het kruis begint de zaligheid.

Het staat ook haaks op de vuistregel dat je het als meerdere nooit tot intimiteiten moet laten komen met een ondergeschikte. Je komt dan voor de onsmakelijke afweging: hebben we hier te maken met hiërarchiek afgedwongen liefdesdienst of is het een klassiek voorbeeld hoe iemand langs horizontale weg een carrière maakt?

Jack de Vries heeft hiermee in elk geval bewezen dat hij als leidinggevende vooral dat lichaamsdeel is dat blijkbaar richtinggevend is in zijn leven. Door, wanneer het te gênant wordt, de ondergeschikte onschadelijk laten maken door een overplaatsing toont dat hij te laf is om verantwoording te dragen voor eigen handelen en mishandelen. Voor zo'n politieke fluim staat maar één weg open: aftreden en liefst zo snel mogelijk.

Maar zoals te verwachten beschikte hij noch over de moed noch het inzicht voor zo'n verstandige daad. Pas toen het allerlaatste parochieblad in Nederland suggereerde dat iemand die met het eigen personeel in de koffer duikt, niet de eerst aangewezene is om leiding te geven, niet aan een éénmanszaak en zeker niet aan een ministerie of een land, toen begon er ergens iets te dagen. Het lekte langzaam binnen, onder Jacks schedeldak.

En na eerst nog, met de ruggensteun van Balkende en defensieminister Middelkoop (We moesten de stakker toch vooral gelegenheid geven zijn zaakjes met mevrouw De Vries te regelen), vrolijk te beweren dat hij aan zou blijven als staatssecretaris kwam de ommekeer. Het bewindspersoon kondigde aan af te treden, overigens niet omdat hij had lopen hoeren en snoeren, maar omdat het publicitair in de belangstelling was gekomen.

En daarmee bewees deze meneer andermaal dat normen en waarden misschien in zijn woordenboek voorkomen als leuke leuzen in een verkiezingscampagne maar geen richtsnoer vormen voor zijn handelen. We kunnen over dit aftreden na een seksuele escapade daarom ook niet anders zeggen dan: Jack het lek druipt af.

Mei 2010

top

Legbatterij
"Een cel is maar twee meter lang en nauw twee meter breed." De beroemde eerste regel van het gedicht De 18 doden door Jan Campert, de vader van . . . Die regel verwijst naar een instinctieve reactie van elke gevangene. Hij gaat zijn cel opmeten, zoveel passen in de lengte, zoveel in de breedte. Dat die maten tegenvallen, zal niemand verbazen. Te krap hoort bij het begrip cel zoals voluptueus hoort bij Rubensiaanse schoonheid.

Frappant is dat wanneer iemand te krap behuisd is, hij zich ook in min of meerdere mate gevangen voelt. Dat draagt niet bij aan iemands gevoel voor welzijn. Hij wordt narrig, zijn creativiteit loopt terug en vroeg of laat begint de productiviteit achteruit te gaan. In de meeste gevallen is dan de diagnose 'frust' of 'gefrustreerd konijn' die de omgeving trekt.

In de intensieve veehouderij kent men dit probleem al langer en hebben de diverse strijders voor dierenwelzijn gezorgd dat de dieren het in de tijd tot het moment dat zij consumptierijp worden gemaakt het iets minder benauwd hebben. Niet dat de legbatterijen opeens riante behuizingen zijn, maar het eieren producerend gevogelte kan nu de kop bewegen zonder gelijk de buurvrouw in de veren te zitten. Verder zijn er alternatieve huisvestingsvormen ontwikkeld die zich laten vertalen naar de producten volière eieren, vrije uitloop eieren en als topper scharreleieren.

Een interessante vraag in dezen: wat is er gebeurd dat deze veehouders opeens het dierenwelzijn hebben omhelsd. Trieste antwoord: ze hebben niets omhelsd, misschien hun vrouw maar zeker niet hun kip of geit, laat staan het dierenwelzijn. De heren agro-ondernemers zijn erachter gekomen dat zij voor dit soort opgeleukte eieren en lappen dood scharrelbeest aanzienlijk meer geld konden vragen dan voor de producten van de intensieve veehouderij. En aangezien de portemonnee meestal identiek is met de plek waar zij hun hart hebben, kiezen zij dan van ganser harte voor de nieuwe diervriendelijke koers.

Bij de zoogdier mens werkt dat wat anders, zeker op die momenten dat de term arbeidsomstandigheden valt. Hokjesgeest is niet alleen een vorm van geestelijke bekrompenheid, het is ook het leidend beginsel voor veel architecten die zich bezig houden met de utiliteitsbouw. Het is onvoorstelbaar hoeveel benauwde werkhokjes je aan een lange gang kunt plakken. Gedurende korte tijd is weliswaar de kantoortuin een trend geweest maar met een overvloed aan kasten, zieltogende palmpjes en ander kantoorgroen waren deze modieuze fratsen snel onschadelijk gemaakt.
En waar in het gevangeniswezen de dubbele bezetting van een cel nog steeds een taboe is, zien we in het modale Nederlandse kantoor hoe allerlei collega's niet alleen lief en leed maar ook de werkkamer delen. Dat deze gedeelde werkruimte ook weer leidt tot buitenechtelijk gedeeld lief of burengerucht veroorzakend leed ligt in de lijn der verwachtingen. Vandaar dat de meeste bedrijven inmiddels zijn verrijkt met een protocol voor ongewenste intimiteiten en ander handgemeen. Het is de menselijke variant voor het afschroeien van snaveltjes bij de legbatterijkippen.

Het wachten is nu op de legkippen, slachtvarkens en ander productievee die met spandoeken gewapend naar het Binnenhof trekken om daar beestwaardige werkplekken voor de mens te eisen.

22 februari 2010

top

Oh, dennenboom….

Ter bevordering van het diepere en mooie kerstgevoel, vrede op aarde, heeft de directeur Communicatie van de Haagse Hogeschool bedacht dat er maar geen kerstboom in de hal van dit kennisinstituut moest komen. "Wij zijn zo internationaal en multicultureel dat zo'n exclusief christelijk symbool niet meer passend is," verkocht zij deze beslissing. De reacties lieten niet op zich wachten, zeker niet in Den Haag waar meneer Wilders volgend jaar met zijn kompanen in de gemeenteraad wil komen. Hier werd het christelijk erfgoed verkwanseld, de Hogeschool verislamiseerde en zo verder en zo voort. Het ging van dik hout zaagt men planken. Een dag later kwam een nadere toelichting van de Hogeschool. Het had allemaal niets met christendom van doen of met de islam, legt de directeur Communicatie uit. Ze had gewoon als kind al een bloedhekel aan de kerstboom. Voor haar was deze opgepimpte spar hét symbool van kleinburgerlijke truttigheid en ze had al jaren gewacht op een gelegenheid eens te breken met deze traditie. "Nou ja, en dat had ze nu gedaan, dus…. En zij had ook niet kunnen voorzien dat er zoveel heisa over zou komen."

En bij die laatste opmerking begint de schoen te wringen als een balletmuiltje aan de voeten van Arnold Schwarzenegger. Als er één ding is wat je als directeur Communicatie moeten kunnen aanvoelen, met je theewater of andere managementinstrumenten, dan is het wat het effect is van je handelingen op de publieke opinie. Het andere punt is dat voor een communicatiemens niet geldt wat hij of zij leuk vindt, of wat z'n hobby is, maar waar de stakeholders op zitten te wachten. Als schoolbestuur zou ik deze mevrouw daarom toch eens nadrukkelijk wijzen op de mogelijkheden van een carrière buiten de residentiële hogeschool.

Anderzijds heeft mevrouw de communicatiedirecteur wel een punt, waarin ik hartelijk mee kan voelen: kerstprullaria in een werkomgeving. "We moeten het toch een beetje gezellig maken…," is dan het argument. Kom nou, op mijn werk kom ik om te werken, niet om gezellig te zitten wezen. Het is bovendien een absolute drogreden kan ik vertellen want wanneer je in het kerstweekeinde eenzaam in het wachtlokaal zit van een door God en iedereen verlaten legerbasis, dan draagt zo'n treurig boompje echt niet bij aan de mooie gevoelens, in tegendeel.

Jullie snappen het al: ik ben een warm voorstander van het verbannen van kerstbomen, paastakken en andere flauwekul van de werkvloer. Hetzelfde geldt overigens voor potplanten en dergelijke. Alleen al de gedachte dat de hoofdboekhouder elke dag het eerste uur van zijn werktijd verklungelt aan het vertroetelen van zijn geranium. Wat dat op jaarbasis aan verknoeide werktijd kost, nog afgezien van het feit dat geraniums een afzichtelijke lucht verspreiden.

Kort en goed: mevrouw de communicatiedirecteur heeft een zeer verstandig en te billijken besluit genomen en ze heeft alleen een grondregel vergeten: het gaat er niet om wat je besluit, het gaat er om hoe je het besluit verkoopt aan de buitenwacht.

19 december 2009

top

Clean desk: de doodsteek voor een scheppende geest
Een psychiater zal er wel een verklaring voor hebben en alles heeft ongetwijfeld een oorsprong in een traumatische ervaring in mijn vroegste levensdagen. Misschien ben ik als baby in een te heet of te koud badje gestopt of wat waarschijnlijker is, heeft mijn moeder mij met mijn lieve zachte billetjes op een kaal en koud, maar smetteloos en kraakhelder stenen aanrecht gelegd. Wat er ook is gebeurd in de jaren '40 van de vorige eeuw, maar ik heb niets met een clean desk. Sterker nog, ik stel mij altijd wat voorzichtig op tegenover degenen die zo'n smetteloos schoon en leeg bureau hebben. "Weinig te doen zeker, dat alles er zo leeg en opgeruimd bij ligt," is dan een van mijn meest positieve gedachten bij het zien van zo'n dorre vlakte. In de tussentijd maken mijn hersenen overuren om te achterhalen welke dwangneurose ten grondslag ligt aan deze steriele werkomgeving. Als de werkplek de spiegel van je ziel is, dan kan dat toch niet goed zijn. In zo'n woestenij kan de creativiteit toch nooit tot bloei komen?

Maar wat de diepere oorzaak ook is, die geleid heeft tot de conditionering van deze opgeruimde zielen, ik lijd daar niet onder en ik lijd er niet aan. Dit alles geheel in de lijn met de onvergetelijke opmerking van Karel Appel, zaliger nagedachtenis: "Ik rotzooi maar wat aan." In dat opzicht ben ik een onverwoestbaar aanhanger van de chaostheorie. Deze theorie, die voor het eerst in 1900 is gelanceerd door Poincaré, is in de jaren '60 van de vorige eeuw nog een keer geactualiseerd door Edward Lorenz, een meteoroloog. En met deze voorkeur voor de chaostheorie bevind ik mij in goed gezelschap. En nog steeds vindt deze geniale leer namelijk de meest trouwe aanhangers onder degenen die zich bezighouden het voorspellen van financiële markten en weerberichten.

Voor de leergierigen onder ons: de chaostheorie stelt dat die ogenschijnlijke chaos, die sommigen op mijn bureau menen te zien, de basis vormt voor het ontstaan van een nieuwe ordening. Waarmee maar bewezen is dat een theorie mooi is, maar dat het vooral aankomt op de praktijk. De meeste mensen zijn huiverig om een theorie in praktijk te brengen. Daar hoor ik niet toe, voor zover ik iets zie in een theorie. Die nieuwe ordening schenk ik overigens vervolgens met liefde aan iemand die behoefte heeft aan meer vastigheid in het leven. Op een clean desk is dat onmogelijk. Op een plek waar niets is, kan ook geen nieuwe ordening ontstaan of het moet zijn dat er eerst een chaos ontstaat. Dat laatste is voor de aanhangers van deze bureaucratische variant op smetvrees waarschijnlijk meer dan één brug te ver.

In een vorig leven had ik een college die zelfs de potloden in zijn bureaula in het gelid had liggen. Geen trefzekerder middel om hem een zenuwaanval te bezorgen was er dan een stevige trap tegen zijn bureau, waardoor één van zijn potloden uit de rij danste. Helaas was het een wat rancuneus typje. Na een vakantie vond ik op mijn bureau twee keurige, mathematisch verantwoorde, stapeltjes. "Ik heb je bureau maar even opgeruimd," zei hij met een van leedvermaak doordrenkte stem. Het is nooit meer goed gekomen tussen ons.

top


De waarheid is ook niet alles

Zodra je het over normen en waarden hebt, is de kerk niet ver uit de buurt. En mocht het de kerk niet zijn, dan hebben je ouders je toch opgevoed in eer en deugd. Voor mij is het niet anders. Het liegen en bedriegen weet ik redelijk in de hand te houden. In elk geval is het aantal keren dat ik betrapt ben, niet al te groot en zo weet ik een mooie façade van onkreukbaarheid overeind te houden. In hoeverre deze bekentenis eerlijk is, of dat ik u allen iets grandioos op de mouw speld, dat laat ik aan eenieders fantasie over.

Maar om weer even terug te keren tot de feiten en die kerk: van huis uit ben ik doopsgezind, een kerkgenootschap dat redelijk met uitsterven wordt bedreigd. Ben je bij dit kerkgenootschap aangesloten dan heet je ook wel mennoniet of mennist, dit naar de grote voorman uit een zeer grijs verleden: Menno Simons.

Om enige misverstanden uit de weg te ruimen: de mennisten hebben in de loop der geschiedenis weinig hartelijkheid en waardering ondervonden. Daar vind je nu nog de sporen van in een woordenboek als de Dikke van Dale. Kijk je daar bij mennist dan vind je interessante uitdrukkingen die geen van alle vleiend zijn. Zo is een 'mennisten bruiloft' een andere uitdrukking voor het legen van de beerput. De mennisten stonden dus duidelijk niet in een goede reuk. Je vindt hier ook de uitdrukking 'mennisten leugen', wat zoveel betekent als een halve waarheid.

Google je even op mennisten leugen dan heb je al snel de bron van deze uitdrukking te pakken. Het speelde in de jaren dat de mennisten in heel Europa werden opgejaagd teneinde ze via de brandstapel te voorzien van het juiste geloofsvuur. Op het hoofd van Menno Simons, van oorsprong een katholieke priester uit Friesland, stond een vette prijs. En toen gebeurde het dat een groep soldaten, begerig naar dit hoofdgeld, de postkoets waarmee hij reisde, aanhielden. "Heb jij recent Menno Simons nog gezien?" vroeg de hoofdman aan Simons, waarmee hij de doopsgezinde voorman opzadelde met een stevig integriteitsprobleem. Vanuit zijn overtuiging mocht Simons niet liegen, maar je aanbieden voor de brandstapel was evenmin aanlokkelijk. "Nee, die heb ik niet gezien," antwoordde hij de hoofdman, waarmee hij én de waarheid zei én de soldatenhoofdman feitelijk verkeerde informatie gaf. De mennisten leugen was geboren.

Het zal niemand verbazen dat Menno Simons één van mijn grote voorbeelden is. Als integer mens heb ik geleerd: "Feiten zijn mooi, maar je niet iedereen is altijd met de waarheid gediend……."

19 december 2008

top


Een vijf als hoogst bereikbare

Een 5, welk een herinneringen heb ik aan dat cijfer. Het was bijna een 6 en in elk geval niet zo erg als een 4 of die 1 voor Duits op mijn eindrapport. De meeste cijfers heb ik wel eens gehad en na enige training in mijn latere schoolcarrière wist ik het gemiddeld toch op te schroeven tot voldoende.

Maar de 5 dat zal, in elk geval voor mijn sportieve prestaties, wel altijd het hoogst bereikbare blijven. Nog zie ik dat gymnastieklokaal voor mij aan het Bataafse Kamp in Hengelo. Maandagmorgen, toch als de slechtste ochtend van een week, hadden we daar het vak lichamelijke opvoeding, gegeven door de heer Bosscha. Hij was het vleesgeworden bewijs dat je om voor de klas te mogen staan niet hoeft te beschikken over zelfs maar rudimentaire pedagogische of didactische kwaliteiten.

Voor hem bestonden er twee soorten leerlingen: de sportieven en de anderen. Wie ingedeeld was bij de anderen, werd in het beste geval genegeerd, maar meestal gebruikte deze pedagoog de jongen als het mikpunt van schimpscheuten.

Het zal niemand verbazen dat ik bij de ‘anderen’ hoorde, de stijve harken, de brekebenen, de kneuzen. Het vormde de basis voor een wederzijds diep gevoelde en openlijk beleden minachting.

Het toppunt van vreugde bereikten wij bij het turnen voor een cijfer. Op het programma stonden enkele fratsen aan de ringen. Voor een houten klaas met hoogtevrees niet direct een aanlokkelijk toestel. “Van der Meulen,” snerpte de stem van Bosscha. Met enige weerzin kwam ik overeind van het lage bankje dat het onvermijdelijk meubilair vormt van sportlokalen. Langzaam liep ik in de richting van het toestel. Ik zou daar niet arriveren. “Zal ik maar gelijk een 5 neerzetten Van der Meulen,” hoonde Bosscha. “Graag mijnheer,” was het antwoord. In de wetenschap nooit een hoger cijfer van hem te krijgen, was dat snel verdiend. Bliksemsnel zat ik weer op mijn plek, een verbijsterde autoriteit achterlatend.

Daarom: 5 is een schitterend cijfer.

17 januari 2007

top

Waarom ik niet bij Justitie zal werken

Nog niet zo lang geleden was ik in die situatie die eufemistisch zo mooi wordt omschreven als “tussen twee banen.” De werkelijkheid is wat meer prozaïsch. De ene baan ben je kwijt, de andere moet je maar zien te vinden. Dat wordt dus veel linker pagina’s lezen in de bladen. Met enige heldhaftigheid roep je: “Ik wil geen uitkering, ik wil werk.” Misschien geloof je dat zelf, maar al snel kom je tot de ontdekking dat het toch even anders zit. Werk: ja, maar niet bij of voor iedereen. Er zijn grenzen. Die hebben te maken met persoonlijke trots maar ook met integriteit. Ben je de hoer die alles voor iedereen doet, zolang er maar wordt betaald of spelen er meer zaken. Dat laatste is waar. En zo had ik al vrij snel helder dat, wat er ook gebeurt, deze jongen nooit zal werken voor het ministerie van Justitie. Dat heeft niet alleen te maken met de eventuele aanwezigheid van Deportierungsführerin Rita Verdonk. Ongetwijfeld speelt een genetisch bepaald gezagsprobleem ook een rol, maar er is meer aan de hand.

Een belangrijke factor voor iemand, die werk moet en wil maken communicatie, is dat van alle ambtenarenbastions Justitie wel de rotste appel in de mand is. "Lak aan de burger, uw rechtsstaat zal ons een zorg zijn," is verheven tot credo van deze club die vooral uitmunt in incompetentie. Wie in de loop der jaren heeft geprobeerd enige kwaliteit te brengen in deze ruïne van de rechtstaat, die was van een ding zeker: hij zou sneuvelen. Glastra van Loon, Sorgdrager, Docters van Leeuwen, hoe heldhaftig of halfhartig hun poging ook was iets te doen aan de zelfgenoegzaamheid van de prelaten van deze justitiële curie, hun overlevingskans was nog kleiner dan die van een terminale aidspatiënt voor het vuurpeloton.

Het enige waar dit ministerie de afgelopen jaren in heeft geëxcelleerd is het produceren van missers en blunders. Wat er ook gebeurt, de pavlov-reactie vanuit het ministerie is: “iedereen is gek behalve wij.” Daarbij maakt het niet uit of het de minister is of een van de mindere goden. “Iedereen heeft ongelijk, wij van Justitie weten hoe het zit en waarom wij de wijsheid in pacht hebben.” In de loop der tijden had toch ergens in die organisatie iemand zichzelf hebben moeten ontwikkelen tot de ervaringsdeskundige die, in elk geval intern, zou kunnen zeggen: “het is mogelijk dat er ergens iets niet helemaal goed gegaan, misschien moeten wij zo moedig zijn om te zeggen, we zoeken dit uit.”

Niets van dit al. Het lerend vermogen van dit ministerie is alleen in graden Kelvin in positieve cijfers weer te geven. Een kind met een dergelijk leervermogen zakt zelfs voor het toelatingsexamen ZMOK.

En dat is de club die de hoeder zou zijn van de normen en waarden van onze maatschappij? Dat is de club die ervoor zorgt dat ik mij veilig voel op straat? Ik denk het niet. Vooral is het de club die prestatiecontracten afsluit voor het omzet draaien op lullige snelheidsovertredingen, de club die bij een autokraak zegt: wij zijn gesloten en die wanneer een ontsnapte tbs’er, veroordeeld wegens verkrachting, een aantal keren bij een vrouw insluipt en daar ook spullen steelt, de zaak seponeert. “Wij hadden het idee dat die meneer nog wel een tijdje vast zou zitten,” was het commentaar van de troel van dienst.

Dat, in combinatie met de opvattingen het Verdonk-creatuur over ‘adequaat optreden’ maakt dat ik nooit voor dit verschrikkelijke ministerie wil werken.

27 november 2006

top

Grondbezitter

Een berichtje van neef Harmen: het graf van pake en beppe bestond nog steeds. Keurig onderhouden stond het daar bij die heg op een Leidse begraafplaats te wachten op de Dag des oordeels. Als bewijs had hij een fotootje bijgevoegd en inderdaad: je zag er niet aan af dat het monument er al meer dan een halve eeuw stond.

Neef Harmen had ook met de beheerder van de begraafplaats gesproken en misschien zou het goed zijn als iemand binnen de familie zich op zou werpen als ‘Behoeder van het graf” en aanspreekpunt voor de beheerders van de dodenakker. Pake had het graf ooit gekocht met eeuwigdurend grafrecht en een parallel lopend onderhoudscontract. Neef Harmen wilde weten of ik, aan deze zijde van het graf de honneurs waar zou willen nemen. Zelf werd hij al een dagje ouder en hij zat bovendien in de vrouwelijke lijn. Ik was een van de laatsten in de mannelijke lijn, ik had toch mijn zoon naar pake genoemd, dus mogelijk zou ik uit gevoel voor traditie en piëteit de taak op mij willen nemen. Of ik contact op wilde nemen met de begraafplaats.

Dat laatste bleef even liggen. Een tijdje later moest ik Rotterdam zijn voor de crematie van een nichtje, ook een kleinkind van pake. Aangezien ik daardoor toch al in een grafstemming was, besloot ik door te rijden naar de begraafplaats.

Op het kantoor van de beheerder gaven ze mij een plattegrond van het complex met daarop aangekruist waar ik moest wezen. Pake en beppe lagen er netjes bij: het gazon geschoren, de steen keurig gewassen. Eén ding was helder: in Leiden houden ze zich aan hun afspraken.

Op de terugweg naar de auto besloot ik bij het kantoor van de beheerder aan te lopen om mij te laten registeren als aanspreekpunt. Even naam en adres achterlaten en dan was daarmee de zeggenschap over die twee vierkante meter grond weer geregeld. Dat dacht ik…. Het liep even anders.

“Ik zal even de gegevens nakijken,” zei de ambtenaar en dook de computer in. Postuum was ook pake het tijdperk der automatisering ingegaan. “Hmmm, ja, dat graf…de eigenaar is de heer H .van der Meulen op dat en dat adres in Voorschoten. Als u van hem een verklaring krijgt dat u de zaak overneemt, dan is het dat in orde.”
“Tja, die verklaring is een beetje lastig, want die meneer Van der Meulen, dat is degene die in dat graf ligt en dat adres is waar hij woonde toen hij overleed,” legde ik de ambtenaar uit.

“Dat kan niet,” was het verrassende antwoord. “Hoezo?????” “Een dode kan geen graf hebben.” “Maar dat is toch de hele gedachte achter een begraafplaats, dat de doden een graf hebben,” wierp ik tegen. “Nee,” zei de ambtenaar ter verduidelijking, “een dode kan geen graf bezitten.” En dat betekent dat ik u niet kan registreren als degene die aanspreekbaar is voor dit graf, want daarvoor moet u toestemming hebben van de eigenaar.”

Enigszins in verwarring stapte ik in de auto.

Op de terugweg tekende het probleem zich langzaam in alle grootte af. Er zit niet anders op dan alsnog een verklaring van erfrecht te halen over situatie bij het overlijden van pake, in combinatie met de verklaringen van erfrecht van de nazaten die in de loop der jaren ook hebben afgehaakt. Op basis van die studie kunnen we bepalen wie allemaal een aantal vierkante centimeters bezit in deze onverdeelde boedel. De volgende stap is het uitschrijven van een vergadering van erfgenamen. Tijdens die familiereünie kunnen we dan het beheer regelen.

De andere simpele oplossing: we houden Leiden aan het contract. Willen ze het contract openbreken dan moeten ze contact opnemen met de eigenaar van het graf.

20 juli 2006

top

De charge van de lichte brigade

Dat was even schrikken voor ons aller Jan Peter Balkenende. Dacht hij net dat hij het vuiltje met Verdonk en Hirsi Ali had geklaard, kreeg D66 een acute aanval van politieke heldenmoed. Met ware doodsverachting galopeerde mevrouw Van der Laan aan het hoofd van haar troepen in de richting van een kabinetscrisis. Op het moment dat ieder kamerlid dacht dat het een mooie tijd was om eens het bed op te zoeken, stelde zij het klassieke ulitimatum. Ria Verdonk eruit of wij eruit. De uitslag was even voorspelbaar klassiek: de steller van het ultimatum moest vertrekken. Het was een escapade die veel overeenkomst vertoonde met de charge van de lichte brigade. Schitterend om te zien maar je wint er geen slag mee, laat staan een oorlog.

In zijn onnozelheid dacht Jan Peter dat de schade wel meeviel. Wat blikschade, een beetje plamuur erbij en de volgende dag kon hij weer rijden met de kar. Een paar meer professionele politieke uitdeukers hebben hem uit de droom geholpen. Wanneer één van de coalitiepartners afhaakt, is het kabinet een total loss.

En dus zat er voor Jan Peter niets anders op dan andermaal naar de Majesteit te gaan met de boodschap dat hij het weer eens verkloot had omdat hij niet in staat was leiding te geven aan een ministersploeg. Het is overigens de vraag of de stakker de moed had eerlijk op te biechten wat er aan de hand was. Hoe hij zich in de luren had laten leggen door de van rancune druipende Führerin voor Vreemdelingenzaken, die nog even haar gram moest halen op de prettig voortliegende Hirsi Ali. Waarschijnlijk heeft de Majesteit een keer gezucht, JP haar deelneming betuigd en is vervolgens in haar telefoonklapper op zoek gegaan naar een professionele politieke uitdeuker.

Dat ze daarbij uitkwam bij Ruud Lubbers zal niemand verbazen. Als er in de Nederlandse politiek één man is, die in staat is de meest wrakke constructies met enig zalvend taalgebruik door de politieke APK te sleuren, dan is hij het wel. Eerlijkheidshalve zegt hij er meestal wel bij dat je niet al te ruw met zijn product om moet gaan. Bij de gebruiker is zo'n advies aan dovemensoren gericht. Enthousiast kraaide JP in koor met Mark Rutte en Maxime Verhagen dat ze er tot november vol tegenaan kunnen gaan met Balkenende 3. Dat het kabinet in de Kamer niet op een meerderheid kan rekenen en dus met Jan Rap en zijn maat moet sjacheren om de vereiste stemmen binnen te halen, is in de ogen van de heren een detail. Dat kan nog schitterende taferelen opleveren in de Kamer wanneer het kabinet probeert met politiek gehandicapten als LPF of groep Wilders een deal te sluiten.

Binnen het kabinet kunnen we de komende maanden ook operette verwachten met Rita Verdonk in een glansrol als de heks van het Binnenhof. Want ook al roepen haar partijgenoten, om het VVD-electoraat te vriend te houden, dat ze Rita wel willen ophangen in een gouden lijstje. De werkelijkheid is anders. De voorkeur gaat uit naar een meer prozaïsche maar wel zo effectieve strop van degelijk hennep. Intussen zit de hele club met angst en beven te wachten op de volgende blunder van onze xenofobe houwdegen. Het liefst zouden ze haar tot november willen opsluiten in het kolenhok, maar helaas behoort dat niet tot de politieke mogelijkheden.

Binnen de VVD ziet men de toekomst evenmin met veel vertrouwen tegemoet. Rita zal in de verkiezingen wel veel stemmen trekken, maar het is de vraag of dat winst is. Het is niet denkbeeldig dat zij met voorkeursstemmen meer kiezers weet te binden dan de lijsttrekker. Dat heeft dan consequenties voor de politieke leiding van de VVD. Hoe in dat geval de coalitie-onderhandelingen eruit gaan zien, laat zich raden.

Het worden nog leuke tijden in het Haagse...

11 juli 2006

top

De persoon
Boeken en publicaties
Colum
Opdrachtgevers
Links
E-mail