|
SJOERNALISTIEK
================
Columns
Afgedropen
Legbatterij
Clean desk: de doodsteek voor een scheppende
geest
Oh, dennenboom
De waarheid is ook niet alles
Een vijf als hoogst bereikbare
Waarom ik niet bij Justie zal werken
Grondbezitter
De charge van de lichte brigade
Afgedropen
Zoals het tussen staten
onderling als ongepast geldt zich met andermans binnenlandse
problemen te bemoeien, voel ik mij niet geroepen mij over andermans
relatie uit te spreken. Dat neemt niet weg dat er uitzonderingen
zijn: Het gerommel van staatssecretaris Jack de Vries met een
ondergeschikte is zo'n uitzondering. Het kan natuurlijk gebeuren
dat je opeens zomaar op straat tegen de ware liefde oploopt,
ter plekke je verstand verliest en met je nieuwe lief spoorslag
afreist naar het zuiden om druiven te plukken. Dat komt voor,
het is niet leuk voor de partner en de kinderen, maar de natuur
is soms te sterk.
Bij deze bewindsman ligt dat
wat anders: Je bent ver van huis en je wilt wel eens wat en dan
is er een willige adjudant die toch al veel voor je doet, dus
waarom dit niet. En zo rommel je vrolijk een half jaar of zo
door, onder het oog van het militaire wereldje waaraan je geacht
wordt leiding te geven. Kort samengevat, een klassiek voorbeeld
van vreemdgaan.
Dat moet je niet doen wanneer
je jezelf hebt opgeworpen als propagandist van de partij die
zich hard zegt te maken voor het gezin als hoeksteen van de samenleving
en die voortdurend de mond vol heeft van normen en waarden. Dat
onze Jack, ook wel bekend als het lek, niet veel op heeft met
normen en waarden heeft hij in het verleden wel bewezen als spindoctor
voor Jan Peter Balkenende. Geen trucje was laag genoeg voor dit
juweel van de christendemocratie om een tegenstander onderuit
te schoffelen of te beschadigen. Vergeleken bij meneer De Vries
was Joseph Göbels een onschuldig koorknaapje.
Dat wringt: aan de ene kant meneer
Balkenende als buikspreekpop laten orakelen over normen en waarde
en aan de andere kant het bed in duiken met je assistente onder
het motto: bij het kruis begint de zaligheid.
Het staat ook haaks op de vuistregel
dat je het als meerdere nooit tot intimiteiten moet laten komen
met een ondergeschikte. Je komt dan voor de onsmakelijke afweging:
hebben we hier te maken met hiërarchiek afgedwongen liefdesdienst
of is het een klassiek voorbeeld hoe iemand langs horizontale
weg een carrière maakt?
Jack de Vries heeft hiermee in
elk geval bewezen dat hij als leidinggevende vooral dat lichaamsdeel
is dat blijkbaar richtinggevend is in zijn leven. Door, wanneer
het te gênant wordt, de ondergeschikte onschadelijk laten
maken door een overplaatsing toont dat hij te laf is om verantwoording
te dragen voor eigen handelen en mishandelen. Voor zo'n politieke
fluim staat maar één weg open: aftreden en liefst
zo snel mogelijk.
Maar zoals te verwachten beschikte
hij noch over de moed noch het inzicht voor zo'n verstandige
daad. Pas toen het allerlaatste parochieblad in Nederland suggereerde
dat iemand die met het eigen personeel in de koffer duikt, niet
de eerst aangewezene is om leiding te geven, niet aan een éénmanszaak
en zeker niet aan een ministerie of een land, toen begon er ergens
iets te dagen. Het lekte langzaam binnen, onder Jacks schedeldak.
En na eerst nog, met de ruggensteun
van Balkende en defensieminister Middelkoop (We moesten de stakker
toch vooral gelegenheid geven zijn zaakjes met mevrouw De Vries
te regelen), vrolijk te beweren dat hij aan zou blijven als staatssecretaris
kwam de ommekeer. Het bewindspersoon kondigde aan af te treden,
overigens niet omdat hij had lopen hoeren en snoeren, maar omdat
het publicitair in de belangstelling was gekomen.
En daarmee bewees deze meneer
andermaal dat normen en waarden misschien in zijn woordenboek
voorkomen als leuke leuzen in een verkiezingscampagne maar geen
richtsnoer vormen voor zijn handelen. We kunnen over dit aftreden
na een seksuele escapade daarom ook niet anders zeggen dan: Jack
het lek druipt af.
Mei 2010
top
Legbatterij
"Een cel is maar twee meter lang en nauw twee meter breed."
De beroemde eerste regel van het gedicht De 18 doden door Jan
Campert, de vader van . . . Die regel verwijst naar een instinctieve
reactie van elke gevangene. Hij gaat zijn cel opmeten, zoveel
passen in de lengte, zoveel in de breedte. Dat die maten tegenvallen,
zal niemand verbazen. Te krap hoort bij het begrip cel zoals
voluptueus hoort bij Rubensiaanse schoonheid.
Frappant is dat wanneer iemand
te krap behuisd is, hij zich ook in min of meerdere mate gevangen
voelt. Dat draagt niet bij aan iemands gevoel voor welzijn. Hij
wordt narrig, zijn creativiteit loopt terug en vroeg of laat
begint de productiviteit achteruit te gaan. In de meeste gevallen
is dan de diagnose 'frust' of 'gefrustreerd konijn' die de omgeving
trekt.
In de intensieve veehouderij
kent men dit probleem al langer en hebben de diverse strijders
voor dierenwelzijn gezorgd dat de dieren het in de tijd tot het
moment dat zij consumptierijp worden gemaakt het iets minder
benauwd hebben. Niet dat de legbatterijen opeens riante behuizingen
zijn, maar het eieren producerend gevogelte kan nu de kop bewegen
zonder gelijk de buurvrouw in de veren te zitten. Verder zijn
er alternatieve huisvestingsvormen ontwikkeld die zich laten
vertalen naar de producten volière eieren, vrije uitloop
eieren en als topper scharreleieren.
Een interessante vraag in dezen:
wat is er gebeurd dat deze veehouders opeens het dierenwelzijn
hebben omhelsd. Trieste antwoord: ze hebben niets omhelsd, misschien
hun vrouw maar zeker niet hun kip of geit, laat staan het dierenwelzijn.
De heren agro-ondernemers zijn erachter gekomen dat zij voor
dit soort opgeleukte eieren en lappen dood scharrelbeest aanzienlijk
meer geld konden vragen dan voor de producten van de intensieve
veehouderij. En aangezien de portemonnee meestal identiek is
met de plek waar zij hun hart hebben, kiezen zij dan van ganser
harte voor de nieuwe diervriendelijke koers.
Bij de zoogdier mens werkt dat
wat anders, zeker op die momenten dat de term arbeidsomstandigheden
valt. Hokjesgeest is niet alleen een vorm van geestelijke bekrompenheid,
het is ook het leidend beginsel voor veel architecten die zich
bezig houden met de utiliteitsbouw. Het is onvoorstelbaar hoeveel
benauwde werkhokjes je aan een lange gang kunt plakken. Gedurende
korte tijd is weliswaar de kantoortuin een trend geweest maar
met een overvloed aan kasten, zieltogende palmpjes en ander kantoorgroen
waren deze modieuze fratsen snel onschadelijk gemaakt.
En waar in het gevangeniswezen de dubbele bezetting van een cel
nog steeds een taboe is, zien we in het modale Nederlandse kantoor
hoe allerlei collega's niet alleen lief en leed maar ook de werkkamer
delen. Dat deze gedeelde werkruimte ook weer leidt tot buitenechtelijk
gedeeld lief of burengerucht veroorzakend leed ligt in de lijn
der verwachtingen. Vandaar dat de meeste bedrijven inmiddels
zijn verrijkt met een protocol voor ongewenste intimiteiten en
ander handgemeen. Het is de menselijke variant voor het afschroeien
van snaveltjes bij de legbatterijkippen.
Het wachten is nu op de legkippen,
slachtvarkens en ander productievee die met spandoeken gewapend
naar het Binnenhof trekken om daar beestwaardige werkplekken
voor de mens te eisen.
22 februari 2010
top
Oh,
dennenboom
.
Ter bevordering van het
diepere en mooie kerstgevoel, vrede op aarde, heeft de directeur
Communicatie van de Haagse Hogeschool bedacht dat er maar geen
kerstboom in de hal van dit kennisinstituut moest komen. "Wij
zijn zo internationaal en multicultureel dat zo'n exclusief christelijk
symbool niet meer passend is," verkocht zij deze beslissing.
De reacties lieten niet op zich wachten, zeker niet in Den Haag
waar meneer Wilders volgend jaar met zijn kompanen in de gemeenteraad
wil komen. Hier werd het christelijk erfgoed verkwanseld, de
Hogeschool verislamiseerde en zo verder en zo voort. Het ging
van dik hout zaagt men planken. Een dag later kwam een nadere
toelichting van de Hogeschool. Het had allemaal niets met christendom
van doen of met de islam, legt de directeur Communicatie uit.
Ze had gewoon als kind al een bloedhekel aan de kerstboom. Voor
haar was deze opgepimpte spar hét symbool van kleinburgerlijke
truttigheid en ze had al jaren gewacht op een gelegenheid eens
te breken met deze traditie. "Nou ja, en dat had ze nu gedaan,
dus
. En zij had ook niet kunnen voorzien dat er zoveel
heisa over zou komen."
En bij die laatste opmerking
begint de schoen te wringen als een balletmuiltje aan de voeten
van Arnold Schwarzenegger. Als er één ding is wat
je als directeur Communicatie moeten kunnen aanvoelen, met je
theewater of andere managementinstrumenten, dan is het wat het
effect is van je handelingen op de publieke opinie. Het andere
punt is dat voor een communicatiemens niet geldt wat hij of zij
leuk vindt, of wat z'n hobby is, maar waar de stakeholders op
zitten te wachten. Als schoolbestuur zou ik deze mevrouw daarom
toch eens nadrukkelijk wijzen op de mogelijkheden van een carrière
buiten de residentiële hogeschool.
Anderzijds heeft mevrouw de communicatiedirecteur
wel een punt, waarin ik hartelijk mee kan voelen: kerstprullaria
in een werkomgeving. "We moeten het toch een beetje gezellig
maken
," is dan het argument. Kom nou, op mijn werk
kom ik om te werken, niet om gezellig te zitten wezen. Het is
bovendien een absolute drogreden kan ik vertellen want wanneer
je in het kerstweekeinde eenzaam in het wachtlokaal zit van een
door God en iedereen verlaten legerbasis, dan draagt zo'n treurig
boompje echt niet bij aan de mooie gevoelens, in tegendeel.
Jullie snappen het al: ik ben
een warm voorstander van het verbannen van kerstbomen, paastakken
en andere flauwekul van de werkvloer. Hetzelfde geldt overigens
voor potplanten en dergelijke. Alleen al de gedachte dat de hoofdboekhouder
elke dag het eerste uur van zijn werktijd verklungelt aan het
vertroetelen van zijn geranium. Wat dat op jaarbasis aan verknoeide
werktijd kost, nog afgezien van het feit dat geraniums een afzichtelijke
lucht verspreiden.
Kort en goed: mevrouw de communicatiedirecteur
heeft een zeer verstandig en te billijken besluit genomen en
ze heeft alleen een grondregel vergeten: het gaat er niet om
wat je besluit, het gaat er om hoe je het besluit verkoopt aan
de buitenwacht.
19 december 2009
top
Clean
desk: de doodsteek voor een scheppende geest
Een psychiater zal er
wel een verklaring voor hebben en alles heeft ongetwijfeld een
oorsprong in een traumatische ervaring in mijn vroegste levensdagen.
Misschien ben ik als baby in een te heet of te koud badje gestopt
of wat waarschijnlijker is, heeft mijn moeder mij met mijn lieve
zachte billetjes op een kaal en koud, maar smetteloos en kraakhelder
stenen aanrecht gelegd. Wat er ook is gebeurd in de jaren '40
van de vorige eeuw, maar ik heb niets met een clean desk. Sterker
nog, ik stel mij altijd wat voorzichtig op tegenover degenen
die zo'n smetteloos schoon en leeg bureau hebben. "Weinig
te doen zeker, dat alles er zo leeg en opgeruimd bij ligt,"
is dan een van mijn meest positieve gedachten bij het zien van
zo'n dorre vlakte. In de tussentijd maken mijn hersenen overuren
om te achterhalen welke dwangneurose ten grondslag ligt aan deze
steriele werkomgeving. Als de werkplek de spiegel van je ziel
is, dan kan dat toch niet goed zijn. In zo'n woestenij kan de
creativiteit toch nooit tot bloei komen?
Maar wat de diepere oorzaak ook
is, die geleid heeft tot de conditionering van deze opgeruimde
zielen, ik lijd daar niet onder en ik lijd er niet aan. Dit alles
geheel in de lijn met de onvergetelijke opmerking van Karel Appel,
zaliger nagedachtenis: "Ik rotzooi maar wat aan." In
dat opzicht ben ik een onverwoestbaar aanhanger van de chaostheorie.
Deze theorie, die voor het eerst in 1900 is gelanceerd door Poincaré,
is in de jaren '60 van de vorige eeuw nog een keer geactualiseerd
door Edward Lorenz, een meteoroloog. En met deze voorkeur voor
de chaostheorie bevind ik mij in goed gezelschap. En nog steeds
vindt deze geniale leer namelijk de meest trouwe aanhangers onder
degenen die zich bezighouden het voorspellen van financiële
markten en weerberichten.
Voor de leergierigen onder ons:
de chaostheorie stelt dat die ogenschijnlijke chaos, die sommigen
op mijn bureau menen te zien, de basis vormt voor het ontstaan
van een nieuwe ordening. Waarmee maar bewezen is dat een theorie
mooi is, maar dat het vooral aankomt op de praktijk. De meeste
mensen zijn huiverig om een theorie in praktijk te brengen. Daar
hoor ik niet toe, voor zover ik iets zie in een theorie. Die
nieuwe ordening schenk ik overigens vervolgens met liefde aan
iemand die behoefte heeft aan meer vastigheid in het leven. Op
een clean desk is dat onmogelijk. Op een plek waar niets is,
kan ook geen nieuwe ordening ontstaan of het moet zijn dat er
eerst een chaos ontstaat. Dat laatste is voor de aanhangers van
deze bureaucratische variant op smetvrees waarschijnlijk meer
dan één brug te ver.
In een vorig leven had ik een
college die zelfs de potloden in zijn bureaula in het gelid had
liggen. Geen trefzekerder middel om hem een zenuwaanval te bezorgen
was er dan een stevige trap tegen zijn bureau, waardoor één
van zijn potloden uit de rij danste. Helaas was het een wat rancuneus
typje. Na een vakantie vond ik op mijn bureau twee keurige, mathematisch
verantwoorde, stapeltjes. "Ik heb je bureau maar even opgeruimd,"
zei hij met een van leedvermaak doordrenkte stem. Het is nooit
meer goed gekomen tussen ons.
top
De
waarheid is ook niet alles
Zodra je het over normen en waarden
hebt, is de kerk niet ver uit de buurt. En mocht het de kerk
niet zijn, dan hebben je ouders je toch opgevoed in eer en deugd.
Voor mij is het niet anders. Het liegen en bedriegen weet ik
redelijk in de hand te houden. In elk geval is het aantal keren
dat ik betrapt ben, niet al te groot en zo weet ik een mooie
façade van onkreukbaarheid overeind te houden. In hoeverre
deze bekentenis eerlijk is, of dat ik u allen iets grandioos
op de mouw speld, dat laat ik aan eenieders fantasie over.
Maar om weer even terug te keren
tot de feiten en die kerk: van huis uit ben ik doopsgezind, een
kerkgenootschap dat redelijk met uitsterven wordt bedreigd. Ben
je bij dit kerkgenootschap aangesloten dan heet je ook wel mennoniet
of mennist, dit naar de grote voorman uit een zeer grijs verleden:
Menno Simons.
Om enige misverstanden uit de
weg te ruimen: de mennisten hebben in de loop der geschiedenis
weinig hartelijkheid en waardering ondervonden. Daar vind je
nu nog de sporen van in een woordenboek als de Dikke van Dale.
Kijk je daar bij mennist dan vind je interessante uitdrukkingen
die geen van alle vleiend zijn. Zo is een 'mennisten bruiloft'
een andere uitdrukking voor het legen van de beerput. De mennisten
stonden dus duidelijk niet in een goede reuk. Je vindt hier ook
de uitdrukking 'mennisten leugen', wat zoveel betekent als een
halve waarheid.
Google je even op mennisten leugen
dan heb je al snel de bron van deze uitdrukking te pakken. Het
speelde in de jaren dat de mennisten in heel Europa werden opgejaagd
teneinde ze via de brandstapel te voorzien van het juiste geloofsvuur.
Op het hoofd van Menno Simons, van oorsprong een katholieke priester
uit Friesland, stond een vette prijs. En toen gebeurde het dat
een groep soldaten, begerig naar dit hoofdgeld, de postkoets
waarmee hij reisde, aanhielden. "Heb jij recent Menno Simons
nog gezien?" vroeg de hoofdman aan Simons, waarmee hij de
doopsgezinde voorman opzadelde met een stevig integriteitsprobleem.
Vanuit zijn overtuiging mocht Simons niet liegen, maar je aanbieden
voor de brandstapel was evenmin aanlokkelijk. "Nee, die
heb ik niet gezien," antwoordde hij de hoofdman, waarmee
hij én de waarheid zei én de soldatenhoofdman feitelijk
verkeerde informatie gaf. De mennisten leugen was geboren.
Het zal niemand verbazen dat
Menno Simons één van mijn grote voorbeelden is.
Als integer mens heb ik geleerd: "Feiten zijn mooi, maar
je niet iedereen is altijd met de waarheid gediend
."
19 december 2008
top
Een
vijf als hoogst bereikbare
Een 5, welk een herinneringen
heb ik aan dat cijfer. Het was bijna een 6 en in elk geval niet
zo erg als een 4 of die 1 voor Duits op mijn eindrapport. De
meeste cijfers heb ik wel eens gehad en na enige training in
mijn latere schoolcarrière wist ik het gemiddeld toch
op te schroeven tot voldoende.
Maar de 5 dat zal, in elk geval
voor mijn sportieve prestaties, wel altijd het hoogst bereikbare
blijven. Nog zie ik dat gymnastieklokaal voor mij aan het Bataafse
Kamp in Hengelo. Maandagmorgen, toch als de slechtste ochtend
van een week, hadden we daar het vak lichamelijke opvoeding,
gegeven door de heer Bosscha. Hij was het vleesgeworden bewijs
dat je om voor de klas te mogen staan niet hoeft te beschikken
over zelfs maar rudimentaire pedagogische of didactische kwaliteiten.
Voor hem bestonden er twee soorten
leerlingen: de sportieven en de anderen. Wie ingedeeld was bij
de anderen, werd in het beste geval genegeerd, maar meestal gebruikte
deze pedagoog de jongen als het mikpunt van schimpscheuten.
Het zal niemand verbazen dat
ik bij de anderen hoorde, de stijve harken, de brekebenen,
de kneuzen. Het vormde de basis voor een wederzijds diep gevoelde
en openlijk beleden minachting.
Het toppunt van vreugde bereikten
wij bij het turnen voor een cijfer. Op het programma stonden
enkele fratsen aan de ringen. Voor een houten klaas met hoogtevrees
niet direct een aanlokkelijk toestel. Van der Meulen,
snerpte de stem van Bosscha. Met enige weerzin kwam ik overeind
van het lage bankje dat het onvermijdelijk meubilair vormt van
sportlokalen. Langzaam liep ik in de richting van het toestel.
Ik zou daar niet arriveren. Zal ik maar gelijk een 5 neerzetten
Van der Meulen, hoonde Bosscha. Graag mijnheer,
was het antwoord. In de wetenschap nooit een hoger cijfer van
hem te krijgen, was dat snel verdiend. Bliksemsnel zat ik weer
op mijn plek, een verbijsterde autoriteit achterlatend.
Daarom: 5 is een schitterend
cijfer.
17 januari 2007
top
Waarom
ik niet bij Justitie zal werken
Nog niet zo lang geleden was
ik in die situatie die eufemistisch zo mooi wordt omschreven
als tussen twee banen. De werkelijkheid is wat meer
prozaïsch. De ene baan ben je kwijt, de andere moet je maar
zien te vinden. Dat wordt dus veel linker paginas lezen
in de bladen. Met enige heldhaftigheid roep je: Ik wil
geen uitkering, ik wil werk. Misschien geloof je dat zelf,
maar al snel kom je tot de ontdekking dat het toch even anders
zit. Werk: ja, maar niet bij of voor iedereen. Er zijn grenzen.
Die hebben te maken met persoonlijke trots maar ook met integriteit.
Ben je de hoer die alles voor iedereen doet, zolang er maar wordt
betaald of spelen er meer zaken. Dat laatste is waar. En zo had
ik al vrij snel helder dat, wat er ook gebeurt, deze jongen nooit
zal werken voor het ministerie van Justitie. Dat heeft niet alleen
te maken met de eventuele aanwezigheid van Deportierungsführerin
Rita Verdonk. Ongetwijfeld speelt een genetisch bepaald gezagsprobleem
ook een rol, maar er is meer aan de hand.
Een belangrijke factor voor iemand,
die werk moet en wil maken communicatie, is dat van alle ambtenarenbastions
Justitie wel de rotste appel in de mand is. "Lak aan de
burger, uw rechtsstaat zal ons een zorg zijn," is verheven
tot credo van deze club die vooral uitmunt in incompetentie.
Wie in de loop der jaren heeft geprobeerd enige kwaliteit te
brengen in deze ruïne van de rechtstaat, die was van een
ding zeker: hij zou sneuvelen. Glastra van Loon, Sorgdrager,
Docters van Leeuwen, hoe heldhaftig of halfhartig hun poging
ook was iets te doen aan de zelfgenoegzaamheid van de prelaten
van deze justitiële curie, hun overlevingskans was nog kleiner
dan die van een terminale aidspatiënt voor het vuurpeloton.
Het enige waar dit ministerie
de afgelopen jaren in heeft geëxcelleerd is het produceren
van missers en blunders. Wat er ook gebeurt, de pavlov-reactie
vanuit het ministerie is: iedereen is gek behalve wij.
Daarbij maakt het niet uit of het de minister is of een van de
mindere goden. Iedereen heeft ongelijk, wij van Justitie
weten hoe het zit en waarom wij de wijsheid in pacht hebben.
In de loop der tijden had toch ergens in die organisatie iemand
zichzelf hebben moeten ontwikkelen tot de ervaringsdeskundige
die, in elk geval intern, zou kunnen zeggen: het is mogelijk
dat er ergens iets niet helemaal goed gegaan, misschien moeten
wij zo moedig zijn om te zeggen, we zoeken dit uit.
Niets van dit al. Het lerend
vermogen van dit ministerie is alleen in graden Kelvin in positieve
cijfers weer te geven. Een kind met een dergelijk leervermogen
zakt zelfs voor het toelatingsexamen ZMOK.
En dat is de club die de hoeder
zou zijn van de normen en waarden van onze maatschappij? Dat
is de club die ervoor zorgt dat ik mij veilig voel op straat?
Ik denk het niet. Vooral is het de club die prestatiecontracten
afsluit voor het omzet draaien op lullige snelheidsovertredingen,
de club die bij een autokraak zegt: wij zijn gesloten en die
wanneer een ontsnapte tbser, veroordeeld wegens verkrachting,
een aantal keren bij een vrouw insluipt en daar ook spullen steelt,
de zaak seponeert. Wij hadden het idee dat die meneer nog
wel een tijdje vast zou zitten, was het commentaar van
de troel van dienst.
Dat, in combinatie met de opvattingen
het Verdonk-creatuur over adequaat optreden maakt
dat ik nooit voor dit verschrikkelijke ministerie wil werken.
27 november 2006
top
Grondbezitter
Een berichtje van neef Harmen:
het graf van pake en beppe bestond nog steeds. Keurig onderhouden
stond het daar bij die heg op een Leidse begraafplaats te wachten
op de Dag des oordeels. Als bewijs had hij een fotootje bijgevoegd
en inderdaad: je zag er niet aan af dat het monument er al meer
dan een halve eeuw stond.
Neef Harmen had ook met de beheerder
van de begraafplaats gesproken en misschien zou het goed zijn
als iemand binnen de familie zich op zou werpen als Behoeder
van het graf en aanspreekpunt voor de beheerders van de
dodenakker. Pake had het graf ooit gekocht met eeuwigdurend grafrecht
en een parallel lopend onderhoudscontract. Neef Harmen wilde
weten of ik, aan deze zijde van het graf de honneurs waar zou
willen nemen. Zelf werd hij al een dagje ouder en hij zat bovendien
in de vrouwelijke lijn. Ik was een van de laatsten in de mannelijke
lijn, ik had toch mijn zoon naar pake genoemd, dus mogelijk zou
ik uit gevoel voor traditie en piëteit de taak op mij willen
nemen. Of ik contact op wilde nemen met de begraafplaats.
Dat laatste bleef even liggen.
Een tijdje later moest ik Rotterdam zijn voor de crematie van
een nichtje, ook een kleinkind van pake. Aangezien ik daardoor
toch al in een grafstemming was, besloot ik door te rijden naar
de begraafplaats.
Op het kantoor van de beheerder
gaven ze mij een plattegrond van het complex
met daarop aangekruist waar ik moest wezen. Pake en beppe lagen
er netjes bij: het gazon geschoren, de steen keurig gewassen.
Eén ding was helder: in Leiden houden ze zich aan hun
afspraken.
Op de terugweg naar de auto besloot
ik bij het kantoor van de beheerder aan te lopen om mij te laten
registeren als aanspreekpunt. Even naam en adres achterlaten
en dan was daarmee de zeggenschap over die twee vierkante meter
grond weer geregeld. Dat dacht ik
. Het liep even anders.
Ik zal even de gegevens
nakijken, zei de ambtenaar en dook de computer in. Postuum
was ook pake het tijdperk der automatisering ingegaan. Hmmm,
ja, dat graf
de eigenaar is de heer H .van der Meulen op
dat en dat adres in Voorschoten. Als u van hem een verklaring
krijgt dat u de zaak overneemt, dan is het dat in orde.
Tja, die verklaring is een beetje lastig, want die meneer
Van der Meulen, dat is degene die in dat graf ligt en dat adres
is waar hij woonde toen hij overleed, legde ik de ambtenaar
uit.
Dat kan niet, was
het verrassende antwoord. Hoezo????? Een dode
kan geen graf hebben. Maar dat is toch de hele gedachte
achter een begraafplaats, dat de doden een graf hebben,
wierp ik tegen. Nee, zei de ambtenaar ter verduidelijking,
een dode kan geen graf bezitten. En dat betekent
dat ik u niet kan registreren als degene die aanspreekbaar is
voor dit graf, want daarvoor moet u toestemming hebben van de
eigenaar.
Enigszins in verwarring stapte
ik in de auto.
Op de terugweg tekende het probleem
zich langzaam in alle grootte af. Er zit niet anders op dan alsnog
een verklaring van erfrecht te halen over situatie bij het overlijden
van pake, in combinatie met de verklaringen van erfrecht van
de nazaten die in de loop der jaren ook hebben afgehaakt. Op
basis van die studie kunnen we bepalen wie allemaal een aantal
vierkante centimeters bezit in deze onverdeelde boedel. De volgende
stap is het uitschrijven van een vergadering van erfgenamen.
Tijdens die familiereünie kunnen we dan het beheer regelen.
De andere simpele oplossing:
we houden Leiden aan het contract. Willen ze het contract openbreken
dan moeten ze contact opnemen met de eigenaar van het graf.
20 juli 2006
top
De
charge van de lichte brigade
Dat was even schrikken
voor ons aller Jan Peter Balkenende. Dacht hij net dat hij het
vuiltje met Verdonk en Hirsi Ali had geklaard, kreeg D66 een
acute aanval van politieke heldenmoed. Met ware doodsverachting
galopeerde mevrouw Van der Laan aan het hoofd van haar troepen
in de richting van een kabinetscrisis. Op het moment dat ieder
kamerlid dacht dat het een mooie tijd was om eens het bed op
te zoeken, stelde zij het klassieke ulitimatum. Ria Verdonk eruit
of wij eruit. De uitslag was even voorspelbaar klassiek: de steller
van het ultimatum moest vertrekken. Het was een escapade die
veel overeenkomst vertoonde met de charge van de lichte brigade.
Schitterend om te zien maar je wint er geen slag mee, laat staan
een oorlog.
In zijn onnozelheid
dacht Jan Peter dat de schade wel meeviel. Wat blikschade, een
beetje plamuur erbij en de volgende dag kon hij weer rijden met
de kar. Een paar meer professionele politieke uitdeukers hebben
hem uit de droom geholpen. Wanneer één van de coalitiepartners
afhaakt, is het kabinet een total loss.
En dus zat er voor
Jan Peter niets anders op dan andermaal naar de Majesteit te
gaan met de boodschap dat hij het weer eens verkloot had omdat
hij niet in staat was leiding te geven aan een ministersploeg.
Het is overigens de vraag of de stakker de moed had eerlijk op
te biechten wat er aan de hand was. Hoe hij zich in de luren
had laten leggen door de van rancune druipende Führerin
voor Vreemdelingenzaken, die nog even haar gram moest halen op
de prettig voortliegende Hirsi Ali. Waarschijnlijk heeft de Majesteit
een keer gezucht, JP haar deelneming betuigd en is vervolgens
in haar telefoonklapper op zoek gegaan naar een professionele
politieke uitdeuker.
Dat ze daarbij uitkwam
bij Ruud Lubbers zal niemand verbazen. Als er in de Nederlandse
politiek één man is, die in staat is de meest wrakke
constructies met enig zalvend taalgebruik door de politieke APK
te sleuren, dan is hij het wel. Eerlijkheidshalve zegt hij er
meestal wel bij dat je niet al te ruw met zijn product om moet
gaan. Bij de gebruiker is zo'n advies aan dovemensoren gericht.
Enthousiast kraaide JP in koor met Mark Rutte en Maxime Verhagen
dat ze er tot november vol tegenaan kunnen gaan met Balkenende
3. Dat het kabinet in de Kamer niet op een meerderheid kan rekenen
en dus met Jan Rap en zijn maat moet sjacheren om de vereiste
stemmen binnen te halen, is in de ogen van de heren een detail.
Dat kan nog schitterende taferelen opleveren in de Kamer wanneer
het kabinet probeert met politiek gehandicapten als LPF of groep
Wilders een deal te sluiten.
Binnen het kabinet
kunnen we de komende maanden ook operette verwachten met Rita
Verdonk in een glansrol als de heks van het Binnenhof. Want ook
al roepen haar partijgenoten, om het VVD-electoraat te vriend
te houden, dat ze Rita wel willen ophangen in een gouden lijstje.
De werkelijkheid is anders. De voorkeur gaat uit naar een meer
prozaïsche maar wel zo effectieve strop van degelijk hennep.
Intussen zit de hele club met angst en beven te wachten op de
volgende blunder van onze xenofobe houwdegen. Het liefst zouden
ze haar tot november willen opsluiten in het kolenhok, maar helaas
behoort dat niet tot de politieke mogelijkheden.
Binnen de VVD ziet
men de toekomst evenmin met veel vertrouwen tegemoet. Rita zal
in de verkiezingen wel veel stemmen trekken, maar het is de vraag
of dat winst is. Het is niet denkbeeldig dat zij met voorkeursstemmen
meer kiezers weet te binden dan de lijsttrekker. Dat heeft dan
consequenties voor de politieke leiding van de VVD. Hoe in dat
geval de coalitie-onderhandelingen eruit gaan zien, laat zich
raden.
Het worden nog leuke
tijden in het Haagse...
11 juli 2006
top
 |